top of page

Schotland #2

  • 23 uur geleden
  • 4 minuten om te lezen

Ondertussen zijn we iets ten noorden van Inverness en volgen we de zogenaamde NC500. Dit staat voor North Coast 500 en is een route van ruim 500 mijl langs de noordelijke Schotse kust. Het volgende punt waar we stoppen is wederom een kasteel genaamd Castle Sinclair Girnigoe, maar ditmaal heeft de tand des tijds flink toegeslagen.


De ruïne wordt druk bezocht, een goed moment om lekker door te lopen langs de grillige rotskust, waar we verder niemand meer tegenkomen. Op de parkeerplaats bij het kasteel is het toegestaan om te overnachten. Het lijkt me dan ook een prima gelegenheid om 's ochtends de zonsopgang bij de ruïne te fotograferen.


Iets na half 4 gaat de wekker. Pfff, even doorbijten en snel naar de plek, die ik gisteren verkend heb tijdens onze wandeling. Even lijkt het wat te worden met die zonsopkomst, maar uiteindelijk zijn er toch net wat te veel wolken. Tja, soms zit het mee en soms zit het tegen. Desalniettemin is het een mooie plek en was het de moeite waard om te proberen.



Na het ontbijt rijden we verder over de NC500 en zo komen we iets voor het middaguur aan op het meest noordoostelijke puntje van Schotland vlakbij het dorpje John o'Groats. Uiteraard staat hier een vuurtoren en bovendien we hebben richting het noorden een mooi uitzicht op de Orkney-eilanden. Een korte wandeling in zuidelijke richting leidt ons naar de Duncansby Stacks, een indrukwekkend vergezicht dat ik alleen maar kon vastleggen door drie foto's samen te voegen in een panorama.



Maar dergelijke ruige rotskusten worden (net als in Cornwall overigens) afgewisseld met mooie baaien en geweldige zandstranden. Want zeg nou zelf, een 'privé-strand' als hieronder is toch niet slecht om even te relaxen en op zoek te gaan naar bijzondere schelpen.



Waar het begin van de NC500 nog over een normale weg met twee rijstroken gaat, rijden we ondertussen regelmatig over lange stukken met slechts één rijstrook. Gelukkig zijn er voldoende 'passing places' waar wij of tegenliggers elkaar kunnen laten passeren. De volgende dag komen we in de buurt van het plaatsje Durness langs de Smoo-cave. Een kalkstenen grot, die bestaat uit verschillende kamers. In een van die kamers is een waterval te zien, die voor een spectaculair plaatje zorgt.



Cape Wrath, het meest noordwestelijke puntje van Schotland is alleen te voet of per boot bereikbaar, dus dat slaan we over. Maar ondertussen heb ik in de reisgids wel een andere bestemming gezien, die ook alleen met een boot bereikbaar is: Handa-island. Dit is een onbewoond eilandje aan de westkust van zo'n 3 vierkante kilometer met grote kolonies alken, zeekoeten en papegaaiduikers.


Twee jaar geleden had ik al wel enkele papegaaiduikers op zee gezien en gefotografeerd, maar wat zou het gaaf zijn om ze nu eventueel ook op land te kunnen zien. Helaas is er maar een zeer klein aantal parkeerplaatsen op de locatie, waar je de boot naar het eiland kunt nemen. En omdat wij daar rond het middaguur arriveerden, was er natuurlijk geen plekje meer vrij.


Omdat we toch wel heel graag dit eilandje wilden bezoeken, kwam het perfect uit dat een paar kilometer naar het zuiden er een mooie camping beschikbaar was. Het plan was om de volgende ochtend rond 08:15u opnieuw aanwezig te zijn. De eerste boot zou om 09:00u afvaren, dus het moest gek lopen als dan alle parkeerplaatsen al bezet waren.


's Avonds op de camping had ik deze keer meer geluk met de zon. Dit leverde niet alleen mooie plaatjes op, maar ook een eerste kennismaking met de beruchte Schotse midges oftewel knutten, kleine bijtende vliegjes die voor flink wat jeuk zorgen.




De volgende dag pakte het plan precies uit zoals verwacht. Geen parkeerproblemen en na onze aankomst op het eiland begonnen we aan de wandeling van zo'n 6 kilometer, die ons over het eiland zou leiden. Nou wist ik niet precies wat ik kon verwachten met betrekking tot de papegaaiduikers. Als ik de afgelopen jaren één ding geleerd heb, is het wel dat de natuur zich niet laat dwingen. Met een beetje geluk zouden we er hopelijk een paar kunnen zien.


Maar eenmaal op het punt aangekomen waar ze regelmatig worden waargenomen, werden mijn stoutste dromen flink overtroffen. Net onder de klifrand zaten op een meter of twintig een aantal papegaaiduikers rustig om zich heen te kijken. Soms vloog er eentje weg en kwam dan later weer terug. Voldoende gelegenheid en tijd om de camera met telelens flink aan het werk te zetten. Ik kan wel zeggen dat dit echt een hoogtepunt van deze vakantie was.







Daarna leidde de NC500 ons weer verder naar het zuiden. Het weer was ondertussen wat wisselvalliger geworden, waardoor zon en buien elkaar mooi afwisselden. Vanuit de auto kregen we plotseling een mooi uitzicht voorgeschoteld. Donkere, dreigende wolken waar de zon nog net een gaatje in gevonden had. Gelukkig passeerden we kort daarna een parkeerplaats en was ik nog net op tijd om een typisch stukje Schotland vast te leggen.



De laatste middag van de tweede week kwamen we aan in het authentieke vissersdorpje Plockton. Een prima plek om aan het haventje de nacht door te brengen. En waar het bij aankomst nog behoorlijk druilerig was...



...klaarde het in de loop van de avond toch nog wat op. En mooie gelegenheid om snel de camera nog een keer uit de tas te halen.



Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


© Patrick Schoenmakers 2024

bottom of page