top of page

Rondreis Japan: Noord-Honshu

15 minuten geleden
5 minuten om te lezen

De oversteek terug naar Honshu was niet naar het vertrekpunt van de heenreis, maar iets westelijker. Hierdoor duurde de boottocht niet anderhalf maar drieënhalf uur. Bij het boeken van de heenreis had ik gekozen voor de ‘standaard’ zitgelegenheid. Dit bleek echter niet een gewone stoel op het passagiersdek te zijn, maar een grote ruimte, met tatami’s (traditionele Japanse vloermatten). Onze lokale medereizigers lagen toen, vanwege het vroege tijdstip, in no time languit te slapen op die matten, maar ons ging dat vanwege de hardheid ervan toch iets slechter af. Gelukkig konden we nu voor een kleine, extra toeslag ook gewone stoelen boeken, anders had die drieënhalf uur wel heel lang geduurd.


Eenmaal weer op Honshu wilden we als eerste het kasteel van Hirosaki bezoeken. De fundering van het kasteel werd echter gerestaureerd, waardoor het kasteel gesloten was. Jammer, maar niet getreurd, want ik had al snel iets anders op het oog om te bezoeken: het Takayama Inari heiligdom. Volgens de reisgids was dit heiligdom fotogeniek, maar toch nog niet ontdekt door de grote massa en dat klopte helemaal. We arriveerden daar aan het einde van de middag en de laagstaande zon zorgde voor een perfecte sfeer. Wat je hieronder ziet, zijn zo'n 200 rode torii. Een torii is een traditionele Japanse toeganspoort naar een heiligdom, die de overgang van het alledaagse leven naar het heilige symboliseert.




Ook in dit deel van Japan gaan we lekker door met het verkennen van de verschillende nationale parken. Towada-Hachimantai National Park bestaat uit twee delen. Gelukkig heeft ook hier de herfst al zijn intrede gedaan. En ik zei het al in deel 1 van dit reisverslag, die kleuren gaan nooit vervelen. Helemaal niet in combinatie met een mooi, azuurblauw meertje zoals hieronder.




Weet je trouwens nog, dat ik vorige blogpost schreef over die alom aanwezige drankautomaten? Nou, een foto daarvan kan natuurlijk niet ontbreken. Ze staan letterlijk bijna op elke hoek van de straat zoals hieronder. Gevuld met koude en/of warme dranken. Dus ja, ook met warme plastic flesjes gevuld met thee en koffie. Er schijnen er in heel Japan zo'n 5,5 miljoen te staan. Alleen al de hoeveelheid benodigde elektriciteit om dat allemaal op temperatuur te houden...bizar!



Iets zuid van het hierboven genoemde nationale park ligt Kakunodate. In deze stad ligt een wijk, die bekend staat om zijn originele samoerai-huizen. Op dit moment zijn er zes huizen toegankelijk voor publiek en ze geven je een goede indruk van hoe die families daar destijds geleefd hebben. Door middel van allerlei tentoongestelde voorwerpen krijg je tevens een goed beeld van de geschiedenis en tradities van de samoerai.


De meeste mensen denken bij het woord samoerai aan de heldhaftige en tot de verbeelding sprekende krijgers, die meesters waren in zwaardvechten en boogschieten. Maar de samoerai hielden zich ook bezig met literatuur, filosofie en anatomie en waren vooral in hun laatste jaren tevens vaak (gedwongen) ambtenaren.



In het noorden van Honshu reden we voor ons gevoel soms echt over het platteland van Japan. Op bijna elk stukje vlakke grond wordt dan ook rijst verbouwd. En hoewel we genoeg dorsmachines in actie hebben gezien, wordt er toch ook nog regelmatig met de hand op het land gewerkt.




Al zigzaggend kwamen we vervolgens uit bij Yamadera, wat letterlijk 'berg-tempel' betekent. Het hele tempelcomplex ligt dan ook op een vrij steile berghelling. Helaas waren we die middag net te laat om nog naar binnen te mogen. Maar eigenlijk was dat een geluk bij een ongeluk. Want toen ik de volgende ochtend wakker werd, zag ik dat er wat mist tussen de bergtoppen hing. En bij mist gaat elk fotografenhart toch wat sneller kloppen. Het zal je daarom waarschijnlijk niet verbazen dat ik stipt om 08:00u voor de ingang van het complex stond om zo snel mogelijk zo'n 1000 treden omhoog te lopen in de hoop dat er dan nog steeds wat mist te zien zou zijn. Gelukkig was ik net op tijd.




De mogelijkheid om een rondje over de rand van de krater van een uitgedoofde vulkaan te lopen, lieten we natuurlijk niet aan ons voorbijgaan. In dit geval was het Mount Azuma Kofuji.




Op de foto's is het niet te zien, maar het was hier best wel druk. Japan had een lang weekend en veel mensen waren er op uit getrokken. Hier was dus geen reden om extra op te letten op eventueel beren in de buurt. Beren...?? Jazeker. Op Hokkaido leeft de bruine beer, die verwant is aan de Noord-Amerikaanse grizzly en in de rest van Japan kun je de kleinere, zwarte beer tegenkomen. Overal waar we kwamen, zagen we dan ook borden staan met een waarschuwing voor (agressieve) beren in de buurt. Ik zal dan ook eerlijk bekennen, dat we soms een leuke wandeling toch maar niet hebben gedaan. Overdreven? Misschien, maar de feiten liegen er niet om. Japan heeft momenteel echt een berenprobleem. Door klimaatverandering zijn er minder eikels en beukennootjes beschikbaar en daardoor gaan beren steeds vaker in bewoonde gebieden op zoek naar voedsel. Vorig jaar was blijkbaar een recordjaar wat slachtoffers betreft met 230 gewonden en 13 doden. Reden genoeg om voorzichtig te zijn lijkt me.


Vervolgens kwamen we uit bij het kasteel van Tsuruga, dat gelukkig wel toegankelijk was. In het kasteel kun je alles te weten komen over de geschiedenis ervan en de rol die het gespeeld heeft in de Japanse burgeroorlog tussen aanhangers van de Shogun en de troepen van de keizer.



Eén verhaal heeft een grote indruk bij mij achtergelaten: de zogenaamde Witte Tijger brigade was een reserve-eenheid in opleiding die bestond uit 16 en 17-jarige samoerai-zonen. Toen een groep van twintig jongens het contact verloor met de rest van hun eenheid, trokken zij zich terug op een heuvel in de buurt. Vanaf daar zagen zij hoe het kasteel in brand stond en verwoest werd en realiseerden ze zich dat de strijd verloren was. Om hun eer (als goede samoerai) te redden werd besloten om gezamenlijk op traditionele wijze zelfmoord te plegen. Een van hen heeft het echter overleefd en zodoende is dit verhaal in de openbaarheid gekomen.


Nou weet ik niet of die enige overlevende verder nog een prettig leven heeft gehad, want eer is (ook nu nog steeds) een erg belangrijk begrip in Japan. Zo las ik, dat de enige Japanner, die de ramp met de Titanic overleefd heeft, daarna voortdurend kreeg te horen dat hij een lafaard was, omdat hij niet gestorven was zoals de meeste passagiers.


Hieronder trouwens een originele foto van vier samoerai uit die periode om je een indruk te geven van deze krijgers.



Tenslotte kwamen we uit in de stad Nikko, waar we op een mooie camping met prima voorzieningen twee nachten zijn gebleven om wat uit te rusten en een paar wasjes te doen. Maar in Nikko is ook een heel mooi tempelcomplex, dus een bezoekje daaraan mocht natuurlijk niet ontbreken.





Ondertussen hadden we al behoorlijk wat tempels en heiligdommen gezien. En natuurlijk zijn die kleurrijke en rijk gedecoreerde gebouwen indrukwekkend. Maar net zo leuk om te zien zijn de kleinere zaken en details die we tegen zijn gekomen.


Met de rode slabbetjes en hoedjes wordt trouwens de beschermheilige van de reizigers en (overleden/zieke) kinderen gevraagd om bescherming en geluk.






Tot nu toe vonden we de hoeveelheid toeristen enorm meevallen. En westerse toeristen zagen we al bijna helemaal niet. In Nikko was het echter een ander verhaal. Tja, Tokio is natuurlijk niet zo ver weg, dus een dagtripje naar Nikko is voor veel mensen een leuk uitstapje.


Wat ook ietwat tegenviel in het nationale park van Nikko, waren de herfstkleuren. Ik had initieel nog enige hoop, maar helaas konden de kleuren aldaar niet tippen aan wat we eerder al gezien hadden. Gelukkig zijn er in heel Japan watervallen in overvloed, dus ook in de buurt van Nikko. Hieronder vier mooie exemplaren, die we in Noord-Honshu gezien hebben.






Tot zover deel twee van dit reisverslag. We zijn nu op de helft van onze reis. Tot de volgende...!





Opmerkingen


© Patrick Schoenmakers 2024

bottom of page