Rondreis Japan: Hokkaido
Enige tijd geleden hadden we wel eens tegen elkaar gezegd, dat als Timo er niet meer zou zijn, we wel weer eens een lange reis naar een verre bestemming zouden willen maken. Afgelopen februari was het helaas zover en hebben we afscheid moeten nemen van onze grote vriend. De vraag was nu dus waarheen en wanneer die reis dan plaats zou moeten vinden. Zelf ben ik in het verleden regelmatig in Japan geweest, maar heb ik, op een eenmalig uitstapje naar Mount Fuji na, nooit de tijd gehad om meer van het land te zien. En omdat Marie-José nog nooit in Japan was geweest, was de keuze snel gemaakt. Het najaar leek ons de perfecte periode hiervoor, dus op naar het land van de rijzende zon.
Thuis had ik al een camper gereserveerd, waarmee we zes weken willen rondtrekken. Nadat we die op het vliegveld hadden opgehaald, zijn we maar meteen op pad gegaan. Het plan was om vanaf Tokio eerst helemaal naar het eiland Hokkaido in het noorden te reizen. Daarna zouden we dan, hopelijk net als twee jaar geleden in Zweden, met aangenaam weer en mooie herfstkleuren afzakken naar het zuiden van Japan. De eerste dag zijn we dus wel gelijk gaan rijden, maar hebben we vanwege het slaapgebrek en de zeven uur tijdverschil er toch maar een kort ritje van gemaakt.
Diezelfde avond echter had ik al wel een plekje op de veerboot naar Hokkaido gereserveerd, dus na een lange tweede dag met veel kilometers, stonden we de ochtend daarna al vroeg in de rij om aan boord te gaan.

Terwijl ik dit nu schrijf, zijn we al weer terug op het grote eiland Honshu en hebben we in totaal acht dagen op Hokkaido doorgebracht. Het was een geweldige start van deze rondreis, waarbij we een mooie afwisseling hebben beleeft tussen cultuur en natuur. En uiteraard was het ook een leuke eerste kennismaking van Marie-José met dit land en zijn gebruiken, bewoners en eigenaardigheden. Zo staan er bijvoorbeeld echt overal automaten met (fris)dranken en soms maaltijden langs de kant van de weg en zijn de Japanners super vriendelijk en blijven ondanks de aanwezige taalbarrière toch altijd heel behulpzaam en geduldig. Bovendien zijn er, voor camperaars altijd handig, echt overal openbare toiletten, die ook nog eens bijna altijd heel schoon zijn en meestal voorzien van een verwarmde toiletbril en uitgebreide wasmogelijkheden na gedane zaken. Jawel!
Wist je trouwens dat Japan uit ruim 14.000 eilanden bestaat? Toch zijn er slechts vier hoofdeilanden, die samen zo’n 97% van de totale landoppervlakte vormen: Honshu, Hokkaido, Kyushu en Shikoku.
Op Hokkaido zijn we in het zuidwesten van het eiland begonnen aan onze ‘ronde’ en uiteindelijk op een schiereiland in het noordoosten uitgekomen. Daarna hebben we natuurlijk een andere route terug gereden, zodat we zoveel mogelijk van het eiland konden zien en ervaren. Zoals al vermeld, hebben we ons ondergedompeld in zowel de lokale cultuur als natuur en hieronder zal ik aan de hand van kort commentaar bij de foto’s proberen je een indruk te geven van onze eerste anderhalve week in Japan.
De veerboot kwam aan in Hakodate. Er ligt daar een oud fort (stervormig met 5 punten), dat destijds naar Europees voorbeeld is gebouwd. Het hoofdgebouw van dit fort is het volledig uit hout opgetrokken kantoor van de voormalige magistraat.

Diezelfde dag zijn we een nabij gelegen nationaal park ingedoken, waar we lekker gewandeld hebben over eilanden, die door bruggetjes met elkaar verbonden zijn.

De voornaamste godsdiensten in Japan zijn het Boeddhisme en het Shintoïsme. Overal in Japan vindt je dan ook heiligdommen in alle soorten en maten. Deze stond aan het strand.

Japan ligt aan de zogenaamde 'Ring of Fire' rond de stille oceaan. Dat betekent veel vulkanische en seismische activiteiten, die voor mooie plaatjes zorgen. Wat je echter niet ziet, maar wat net zo indrukwekkend is, is de enorme stank van de zwavelgassen die daarbij vrijkomen, denk aan de geur van rotte eieren.

De Ainu is de oorspronkelijke bevolking van Hokkaido, Sachalin en de Koerilen. Na decennia van onderdrukking en gedwongen aanpassing is er tegenwoordig gelukkig een wet, die deze etnische minderheid erkent en beschermt. In een mooi museum kun je alles te weten komen over dit volk met haar interessante geschiedenis en tradities

Ooit dacht men dat de Japanse kraanvogel uitgestorven was, totdat men in 1920 vlakbij Kushiro een kleine groep van 30 exemplaren waarnam. Na intensief beheer en bescherming zijn er nu weer zo'n 1800. De 'wetlands' nabij Kushiro zijn hun thuisgebied en gelukkig hebben we er enkele waargenomen. Een volwassen exemplaar is zo'n 1.50m hoog, een machtig gezicht.


In het volgende nationale park zagen we voor het eerste de herfstkleuren, zoals we ze voorgesteld hadden. Woorden schieten te kort om die kleuren te beschrijven. De verschillende esdoorns zijn soms zo fel van kleur, dat het allemaal moeilijk voor te stellen is, als je het niet met eigen ogen hebt gezien. Hieronder een kleine selectie van wat we voorgeschoteld kregen.




Op een gegeven moment zag ik al rijdend in mijn ooghoek een azuurblauw, vulkanisch beekje met stoom erboven van de warmte. Het duurde even, voordat ik de auto kon keren, maar het was de moeite waard om terug te rijden. Want precies toen ik naar de rand van het beekje liep om een foto te maken, verscheen er uit het niets aan de andere kant een hert. Even bleef ze daar staan om de situatie in te schatten en toen stak ze de beek over. Het resultaat is een waanzinnig surrealistische foto, die ik nooit voor mogelijk had gehouden.

Hierna kwamen we opnieuw bewijs tegen, dat Japan toch echt uit vulkanische eilanden bestaat.

De voormalige gevangenis van Abashiro is voor Japanners blijkbaar vooral bekend van een speelfilm en is nu een museum. Leuk detail: er zijn 5 gebouwen met cellen, die in een halve cirkel zijn gebouwd. Zo kon slechts 1 bewaker in een hokje in het middelpunt alle gangen van die gebouwen in de gaten houden.


Een minimalistisch beeld vlak voor zonsondergang. Reden genoeg om de auto even aan de kant te zetten.

Om rond te reizen met een camper is Japan ideaal. Er zijn overnachtingsplekken in overvloed: parkeerplaatsen, (gratis) campgrounds en goed voorziene campings. Eigenlijk mag je met enig verstand overal overnachten. Hier stonden we aan een meer met geweldig uitzicht.

De mooiste kleuren op Hokkaido vonden wij in Daisetsuzan National Park. Heel bijzonder! En het mooie is, dat het ook absoluut niet gaat vervelen. Je blijft je continu vergapen aan die enorme kleurenpracht.








De foto hieronder is van de Ginga waterval. De mooie combinatie van kleuren en het water greep me direct en het was meteen mijn favoriete foto tot dan toe. Op onderstaande foto staat de zon echter aan de achterkant van de waterval en na enige tijd vroeg ik me af of de zon 's morgensvroeg misschien die bomen aan de rechterkant zou beschijnen. Reden genoeg leek me om een hele vroege wekker te zetten en er achter te komen.

Het resultaat mag er zijn volgens mij. De zon bescheen inderdaad net na zonsopkomst de rechterkant van de waterval, waardoor er meer diepte en levendigheid in de foto zit. Je zult begrijpen, dat hierna mijn dag niet meer stuk kon.

Aan de rand van Sapporo bezochten we tenslotte het historische dorp van Hokkaido. Een 'echt' dorp met huizen, een postkantoor, kroeg, kapper, sake-brouwerij en wat al niet meer. Allemaal gebouwd eind 19e eeuw en in originele staat, maar wel vanaf hun oorspronkelijke locatie hier samengebracht om een inzicht te geven hoe de mensen hier in die tijd leefden.


En toen zat het eerste deel van onze reis er op. Het leek alsof we al veel langer van huis waren dan anderhalve week, dus dat zegt genoeg. Op naar de rest van Japan!




Opmerkingen