top of page

Cornwall & Devon (dag 11-15)

Na de rust en solitude van het strand van Pedn Vounder waar ik de vorige post mee afsloot, was Land’s End aan de beurt. We wisten natuurlijk dat het daar vanwege de schoolvakantie heel erg druk zou zijn. Maar ja, overslaan doe je dit beroemde, meest westelijke punt van Engeland ook niet. Bovendien was voor mij de natuurlijke boog Enys Dodnan de echte bezienswaardigheid.


En inderdaad, binnen een straal van 200 meter van Land’s End was het heel erg druk, maar vijf minuten lopen en de wereld zag er al weer een stuk beter uit. Die boog was ondanks het grijze, grauwe weer niet minder indrukwekkend.

En een stukje verder naar het zuiden waren nog veel meer mooie vergezichten, waarmee je je als fotograaf best een dagje zou kunnen vermaken.

Na de lunch rijden we naar een volgende uitstekende landtong, Cape Cornwall. Vanaf hier is het uitzicht ook mooi, maar het zijn vooral de felgekleurde vissersbootjes op het droge die mijn aandacht trekken.

’s Avonds staan we bij een boer in een weiland om de nacht door te brengen en toevallig is dat ook niet al te ver van een hunebed, een van de plekken uit het eerder genoemde boekje met fotolocaties. De hunebed heet Lanyon Quoit en ligt pal naast een verhard landweggetje. De hunebed is klein en ik loop er wat om heen om te kijken, wat de beste positie is voor een mooie compositie. Het standpunt van de foto hieronder staat me wel aan. Nu is het enkel nog wachten op mooi avondlicht.

Kort daarna echter verdwijnt de zon weer achter een brede band met wolken. Het zal me toch niet nog een keer overkomen, denk ik bij mezelf. Maar in tegenstelling tot die avond bij Mullion Cove (uit de vorige blogpost) zie ik nu net boven de horizon een streepje lucht, waar geen bewolking is. Met een beetje geluk ga ik vanavond de zon nog terugzien.


De stevige wind die er staat, blaast die wolkenband snel mijn kant op. Het ziet er dan ook naar uit dat de zon weer tevoorschijn gaat komen. Yes! Snel pak ik mijn camera met statief op en zet hem aan de schaduwzijde van de hunebed, want als het een mooie zonsondergang gaat worden, is er eigenlijk maar een standpunt mogelijk en dat is richting de zon zelf.


Wat ik het volgende half uur te zien krijg, overstijgt mijn stoutste verwachtingen. De zonsondergang wordt met de minuut mooier en als een idioot begin ik foto’s te schieten om maar niets te hoeven missen. Ondanks dat er dus eigenlijk maar een standpunt mogelijk is, twijfel ik of ik wel of niet moet proberen om de zon een klein beetje te laten zien, zodat er een zogenaamde zonnester verschijnt. Maar daarvoor moet ik wel het statief ietsje opschuiven en het diafragma veranderen.


Zoals gezegd waaide het flink die avond en als er op een gegeven moment enkele lage, oranje gekleurde wolken mijn kant op komen, weet ik dat dat hét moment is, dat ik niet moet missen. Het resultaat zie je hieronder. Hopelijk heb ik iets vastgelegd van het magische schouwspel, waar ik die avond getuige van mocht zijn.

De volgende ochtend loop ik met Timo over hetzelfde weggetje. Deze keer geen oranje wolken, maar wel een mooie Hollandse lucht en een nieuwsgierige koe die in de haag een gaatje heeft gevonden om ons eens even goed te observeren.

Dit deel van Cornwall waar we de nacht hebben doorgebracht, staat bekend om de voormalige tin- en kopermijnen. Regelmatig zien we dan ook oude en door de tand des tijds aangetaste gebouwen en schoorstenen die nog een glimp van het verleden laten zien.


Misschien wel de mooiste locatie met twee van zulke typerende gebouwen is de oude Botallack Mijn. Voor de waarschijnlijk beste positie om foto’s te maken moet ik over een letterlijk anderhalve meter brede verbinding tussen het vasteland en een uitstulping en aan beide kanten van het paadje gaat het zo’n 25 meter recht omlaag de zee in. Normaal geen probleem, maar het waait die dag wederom hard, echt hard en ik vind het risico te groot. Ik zoek dus een plekje aan de veilige kant van de nauwe passage.


Lange sluitertijden en harde wind is vanzelfsprekend geen goede combinatie. Met twee handen hou ik het statief zo stevig mogelijk vast om te proberen vibratie te voorkomen, maar tevergeefs. Uiteindelijk is alleen onderstaande foto met een sluitertijd van slechts één seconde scherp genoeg om te kunnen gebruiken. Door deze relatief korte sluitertijd laten de golven wel zien, dat het flink tekeer ging die dag en zo heeft elk nadeel toch weer z’n voordeel.

St. Ives, onze volgende tussenstop, is zo’n beetje het Zandvoort van Cornwall. Tel daar het mooie weer en de schoolvakantie bij op en je kunt je er wel enige voorstelling bij maken, lijkt me.

(Veel te) dikke Britten zijn hier oververtegenwoordigd en doen bovendien geen enkele moeite om er nog enigszins, naar onze maatstaven althans, toonbaar uit te zien. We kijken onze ogen uit! Halverwege ons rondje langs het water valt me onderstaande scene op. Mooie kleuren en min of meer herhalende ’grafische’ elementen. Hoe kan je hier geen foto van maken, toch?

Op dag 13 rijden we naar Porthcothan. Het strandje en de mooie branding zijn bezaaid met surfers en mensen die het willen leren. Wij laten dit alles echter links liggen en lopen naar het South West Coast Path. Dit is Engeland’s langste gemarkeerde wandelpad van ruim 1000 kilometer en loopt onder meer langs de hele kust van Devon en Cornwall. Wij lopen er slechts 15 kilometer van, maar we genieten met volle teugen. Lekker uitwaaien met mooie vergezichten, heerlijk.


Halverwege zijn we uitgekomen bij de zogenaamde Bedruthan Steps met een geweldig uitzicht op enkele grote, losstaande rotstorens. Het is zwaar bewolkt en behoorlijk heiig, maar ik heb geluk als een waterig zonnetje zich heel even laat zien. Snel druk ik af en krijg van Marie-José te horen, dat ik echt altijd geluk heb met dit soort dingen. 😁

Aan het eind van de middag hebben we in Padstow een mooi plekje gevonden om te overnachten. Langs het riviertje de Camel is het voormalige spoorlijntje in 1983 voor het laatst gebruikt en heeft daarna plaatsgemaakt voor een wandel- en fietspad van zo’n 28 kilometer. Heerlijk om na alle ‘heuveltraining’ van de afgelopen twee weken even met een flink tempo op een vlak stuk hard te lopen.


Tijdens het hardlopen zie ik een zeilboot, die aan de kant van de rivier op een drooggevallen stuk ligt. Een mooi plaatje en dus ga ik na het avondeten met mijn rugzak vol met cameraspullen snel weer terug. Het begint bijna op werk te lijken en met dik 40 kilometer in de benen val ik die avond als een blok in slaap.

Ik ben een ochtendmens en altijd vroeg wakker, maar voor de volgende ochtend heb ik voor de zekerheid toch maar de wekker gezet. Op een eilandje vlak voor de kust bij Padstow broedt namelijk een kolonie papegaaiduikers. De timing van het broedseizoen kon niet beter en ik heb om 09:15u een excursie geboekt. Marie-José heeft een heel gevoelig evenwichtsorgaan en ook Timo zal niet blij worden in zo’n snelle boot, dus in mijn eentje loop ik die ochtend naar het haventje.


De papegaaiduiker is een fotogenieke vogel en het was fantastisch om hem in levende lijve te zien, maar om goede foto’s te maken was verdomd lastig. Zowel de vogels, drijvend op zee, als onze boot gingen door de golven flink op en neer. Volledig ingezoomd met een sluitertijd van 1/2000ste seconde en de camera op ‘continue-stand’ maak ik ruim 700 foto’s. Hiervan hou ik er slechts een handvol over die scherp zijn. De foto hieronder vind ik het meest geslaagd.

In de middag rijden we naar Greenaway Beach. Er zouden daar rotsen met paarse en groene strepen moeten zijn, goed geschikt om abstracte foto’s te maken. Ja, we vinden de rotsen en ja er zijn genoeg groene en paarse strepen om te fotograferen. Toch vind ik het altijd moeilijk om dit soort onderwerpen zodanig vast te leggen, dat ik er zelf echt geboeid naar blijf kijken. En als het mij niet zo veel doet, is de kans groot dat het anderen ook niet echt interesseert, denk ik dan. In de foto hieronder heb ik met de aanwezige kleine kiezeltjes van het strand geprobeerd om er als het ware een extra dimensie aan toe te voegen. Geen idee of dat gelukt is.

Op zondag 2 juni, de laatste dag van de landelijke schoolvakantie, zijn we al vroeg op pad om te proberen de grootste drukte voor te zijn. Onze bestemming is St. Nectan’s Glen, een hele bijzondere waterval blijkt. Het is fijn om te merken, dat ons plannetje is gelukt. Na een wandeling van een klein half uur door een bos en langs een beekje komen we aan bij de waterval. Er zijn maar een paar mensen aanwezig op dat moment, dus een foto zonder homo tourismo zou moeten lukken. De waterval zelf bevindt zich in een hele nauwe kloof en zie je pas als je al dan niet met slippers aan de voeten door het water schuifelt en om het hoekje kijkt.


Snel zet ik mijn statief met camera ook in het water en bepaal de compositie. Ondertussen hou ik wel continu mijn linkerhand boven de lens. Zodoende hoop ik te voorkomen dat vallende waterdruppels van de begroeiing op de rotsen erboven op de lens terechtkomen. Een filter is hier trouwens niet nodig. Het is zo donker in de nauwe kloof, dat een sluitertijd van 1 seconde geen enkel probleem is.

Ik weet niet of jij wel eens een waterval door een rond gat in een rotswandje hebt zien stromen. Ik in ieder geval niet. Kijk maar snel naar het resultaat hieronder. Waanzinnig toch?

Eenmaal weer onderweg met de bus rijden we verder langs de kust. Na slechts een minuut of vijf passeren we een camping. Een snelle blik op enkele goede recensies doet ons besluiten dat het mooi is geweest voor die dag. Bijna alle Engelsen zijn weer naar huis vertrokken en we moeten een veld zo groot als twee voetbalvelden delen met slechts twee andere kampeerders. Heerlijk, wat een rust! We maken er dan ook een relaxte middag van en op deze manier is de derde week van onze reis is in ieder geval prima begonnen.

Kommentare


bottom of page