top of page

Cornwall & Devon (dag 16-22)

Aan alles komt een einde, zo ook aan onze reis door Cornwall en Devon. Dit vierde deel van mijn reisverslag is dan ook het laatste.


Toen ik op dag 16 wakker werd op eerder genoemde camping, leek het me een mooi plan om met Timo naar Penally Hill te lopen. Vanaf die heuvel zou ik een mooi uitzicht moeten hebben op Boscastle. Een klein dorp dat in 2004 werd getroffen door een enorme overstroming als gevolg van zeer lokale en zware buien. Zowel het dorp als het haventje ligt in een nauwe vallei, die uitmondt in zee. Dat water kon destijds dan ook maar een richting op en liet zodoende een spoor van vernieling achter.

Na het ontbijt reden we vervolgens op ons gemak naar de stad Bude. Er is daar een buitenzwembad dat letterlijk aan het strand grenst en bij elke vloed volstroomt met zeewater. Eenmaal aan de rand van het zwembad had ik een ietwat surrealistische foto voor ogen van het zwembad met op de achtergrond de zee en het trapje als verbindend element tussen die twee.

Plotseling echter verschenen er precies voor me twee zwemmende dames op leeftijd. De ene tikte de kant aan en zwom weer weg, maar de ander was blijkbaar genoodzaakt om haar zwembril wat beter op haar hoofd te zetten. Een perfect moment, dus snel opnieuw scherpstellen, de beste compositie bepalen en afdrukken. Het resultaat is een foto, die mij veel meer aanspreekt dan de eerste. Het gebaar met haar handen, de feloranje badmuts en die neopreen handschoenen maken het wat mij betreft tot een geslaagde foto van een opmerkelijk en grappig moment.

Na Bude reden we door naar de laatste locatie, die in mijn fotografen-gids genoemd werd: Sandymouth Bay. Volgens de beschrijving een geschikte plek voor wederom abstracte foto’s van rotsen. Vanaf het eerste moment spraken de rotsen me hier veel meer aan dan die uit de vorige blogpost. Het strand was bezaaid met grote kiezels en werd aan een kant begrensd door rotswanden met geweldige kleuren. Geel/oranje naast blauw/grijze rots, een mooie contrasterende combinatie.

Toen mijn oog na een tijdje op de kiezels van het strand viel, zag ik naast de kleuren nog een mooi contrast: de ronde vormen van de kiezels tegenover de grillige vormen van de afgebroken rotsblokken van de wand erboven.

Daarna had ik wederom een mazzeltje. Ik had de voorgaande weken al verschillende keren gezocht naar rotsen, die op een mooie manier in de zee verdwijnen. Maar helaas was die zoektocht steeds op niets uitgelopen. Nu echter zag ik wel iets, zoals ik het min of meer voor ogen had. Rotsen die enigszins ‘lijnen’ vormen, die de zee in lopen en ook nog eens de blik naar een mooie driehoekige rots in de achtergrond leiden. Toen ik deze foto maakte, zag ik meteen een zwart-wit afdruk voor me, juist om de vormen van de verschillende rotsen te benadrukken. Maar uiteindelijk vond ik de lichtgele en blauwe kleur van de zee toch een mooie toegevoegde waarde hebben, die ik niet weg wilde laten.

De laatste bestemming van die dag was Clovelly. Een pittoresk dorpje met enorm steile, geplaveide straatjes en leuk haventje dat allemaal in particulier bezit is.

Teruglopend naar de parkeerplaats kwamen we langs een terrasje met mooi uitzicht op zee. Een goed moment om net voor sluitingstijd nog even een lokale specialiteit uit te proberen: thee en scones met jam en whipped cream. Een caloriebommetje natuurlijk, maar wel erg lekker!


Na die korte, culinaire tussenstop zag ik iets verderop nog onderstaand plaatje. Als iemand die helemaal niets met katten heeft, moest ik daar natuurlijk ook even de camera op richten.

’s Avonds hadden we een mooi plekje in Instow gevonden, waarbij we als afsluitende klap op de vuurpijl ook nog getrakteerd werden op een fantastische zonsondergang.

Ook in dit stadje was een voormalig spoorlijntje omgetoverd tot een mooi wandel- en fietspad. Lekker om daar met Timo de volgende ochtend af te trappen. Helemaal als er ook nog fotogenieke, oude stationsgebouwtjes bewaard zijn gebleven. Let vooral op die felrode emmers om een eventuele brand te blussen. Geweldig!

Een wandeling door de stad Barnstaple kon ons niet echt bekoren, maar desondanks leverde dat wel onderstaande, enigszins vreemde tafereeltjes op. Zo zie je maar, dat het altijd loont om een camera bij je te hebben.

’s Middags hebben we vanuit Mortehoe nog een lekkere wandeling langs de kust gemaakt. Een rondje over een schiereiland met de, vanwege de vele schipbreuken, toepasselijke naam Morte Point. Zoals je aan de oren van Timo kunt zien, stond er ook die dag weer een stevige wind.

De laatste dorpjes aan de kust die we bezocht hebben, waren Lynton en Lynmouth. Gescheiden door een steile klif, maar sinds 1890 toch ‘verbonden’ door een water-aangedreven spoorlijntje. Beide treintjes hebben een waterreservoir van ruim 3000 liter, dat afhankelijk van hun positie (onder of boven) en vracht geheel of gedeeltelijk gevuld wordt. De zwaartekracht doet vervolgens de rest.

Onze rondreis door Cornwall en Devon was hiermee min of meer ten einde gekomen. De spectaculaire vergezichten aan de kust lieten we met enige weemoed achter ons. Desalniettemin hebben we toch nog een paar leuke dagen met indrukwekkende bezienswaardigheden gehad, voordat we uiteindelijk bij Folkestone aankwamen voor de terugreis naar het vasteland van Europa.


Zo was daar onder meer de oude en behoorlijk vervallen abdij van Cleeve.

Monkey World, een opvang voor apen, die uit de meest erbarmelijke omstandigheden gered zijn.

Nogmaals een mooie wandeling, ditmaal in het South Downs National Park met die kenmerkende Engelse vergezichten.

En ook nog dit aansprekende plaatje met al die mooie lijnen in het landschap.

En als allerlaatste kon een bezoek aan een typisch Engels kasteel natuurlijk niet ontbreken. Arundel Castle is in bezit van de familie Howard en is vandaag de dag nog steeds (gedeeltelijk) in gebruik. De bijbehorende tuinen zijn trouwens net zo indrukwekkend als het kasteel zelf.

Tenslotte nog een kleine tip, mocht je zelf een reis naar het Verenigd Koninkrijk in het vooruitzicht hebben. Koop zo snel mogelijk, het liefste al voor vertrek, een lidmaatschap van de National Trust. Heel veel van de mooie plekken in dit reisverslag worden namelijk beheerd door deze organisatie. Met een lidmaatschap voor een jaar heb je gratis toegang tot de bezienswaardigheid zelf en betaal je bovendien geen parkeerkosten, die alles bij elkaar ook aardig op kunnen lopen. De aanschafprijs (£152,- voor twee personen) zul je ongetwijfeld in zeer korte tijd weer terugverdienen.


Het zit er dus op. Het waren een paar fantastische weken. We weten niet precies wanneer en waar, maar dat we binnen afzienbare tijd terug zullen gaan naar dit mooie eiland staat voor ons beiden als een paal boven water. Zoals Vera Lynn ooit zong: “We’ll meet again some sunny day”.

Commentaires


bottom of page